URETERSTRICTUUR

De ureter is de urineleider, langswaar de urine afvloeit van de nier naar de blaas. Op het verloop van dit kanaal kan een vernauwing optreden, ook wel een strictuur genoemd. 

Dit kan gevaarlijk zijn omdat de urine minder goed kan aflopen, waardoor er infecties kunnen ontstaan van de nier. Op lange termijn kan het ook de nierfunctie in gedrang brengen.  


Verschillende oorzaken van structuren:

  • Externe compressie: door druk van omliggende structuren (bv gezwollen lymfeklieren) kan de urineleider wat dicht geduwd worden. 

  • Beschadiging van de binnenzijde van de urineleider: 
          ° Nierstenen: als een grote urineleider steen lange tijd ter plaatse heeft gezeten, kan dit soms wat schade veroorzaken aan het slijmvlies van de urineleider. Deze schade kan dan op zijn beurt genezen met wat littekenvorming.
          ° Eerdere ingrepen ter hoogte van de urineleider zelf (vb. ureterorenoscopie voor nierstenen) of door operaties aan omliggende structuren, kan littekenweefsel ontstaan ten gevolge van berokkende schade. Dit is echter zeer zeldzaam. 

  • Retroperitoneale fibrose: dit is woekering van bindweefsel achter buikvlies, wat op zijn beurt de urineleider kan dichtduwen. Dit kan optreden na bestraling (radiotherapie) in dit gebied of kan ook zeldzaam idiopatisch optreden (= zonder duidelijke oorzaak). 

 

Indien deze vernauwing een behandeling vereist, zijn er verschillende opties. 

Deze hebben allemaal als doel zoveel mogelijk gezonde urineleider te sparen en een vlotte afloop van urine naar de blaas te garanderen zodat de nierfunctie zo goed als mogelijk gespaard blijft. 

 

  1. Ballonditalatie: hierbij wordt getracht met behulp van het opblazen van een ballon in het kanaal, de vernauwing op te rekken. 

 

  1. Endoscopische incisie: hierbij wordt met een camera in de urineleider gekeken en wordt het vernauwde stukje urineleider voorzichtig opengesneden. Naderhand zal tijdelijk een stent (= inwendig afvoerbuisje) tussen de blaas en de nier aanwezig blijven om het genezingsproces toe te laten.

  2. Reimplantatie: indien voorgaande opties niet succesvol waren of niet mogelijk op basis van de bevindingen van de uroloog (bv. het vernauwde stuk urineleider is zeer lang), zal gekozen worden voor een reïmplantatie. Hier zijn verschillende technieken voor gekend, waarbij het steeds als einddoel heeft de gezonde urineleider opnieuw in de blaas in te planten. Ook hier zal tijdelijk een stent (= inwendig afvoerbuisje) tussen de blaas en de nier achtergelaten worden. 

Schermafbeelding 2021-02-03 om 09.31.20.