NIERINFECTIE

Urineweginfecties beperken zich meestal alleen tot de blaas en veroorzaken dan de typische klachten: frequent plassen, kleine beetjes plassen, branderigheid bij het plassen, pijn in de onderbuik. Zeldzamer zijn ook andere organen betrokken bij de infectie, bijvoorbeeld de prostaat, teelballen of nieren. 

 

Indien er sprake is van een nierinfectie kan u naast de bovenstaande klachten ook pijn hebben ter hoogte van de nierstreek, aan één of twee zijden. Meestal gaat dit gepaard met koorts of koude rillingen. Vooraleer gestart wordt met antibiotica, dient altijd een urinestaal afgeleverd te worden (via de huisarts of het ziekenhuis) om vast te stellen welke bacterie de infectie veroorzaakt. 

 

Vaak kan een nierinfectie behandeld worden door de huisarts met antibiotica in pilvorm. 

Doch bij een ernstige infectie kan het noodzakelijk zijn om gedurende enkele dagen antibiotica via een infuus te krijgen in het ziekenhuis. 

 

In een zeer zeldzaam geval zit de geïnfecteerde nier ‘geblokkeerd’, bijvoorbeeld door een steen, en kan behalve antibiotica ook een heelkundige ingreep nodig zijn. Er zijn twee opties: 

 

  1. JJ stent: dit is een drainerend buisje, dat inwendig wordt geplaatst tussen de blaas en de nier, om de urine vlot te laten aflopen. Dit wordt onder volledige verdoving geplaatst. 

 

  1. Nefrostomie: dit is een drainerend buisje, dat rechtstreeks via de rug in de nier wordt geplaatst onder lokale verdoving om de urine te laten aflopen. 

 

Eens de urineweginfectie voldoende behandeld is, zal de uroloog op een vervolg afspraak nagaan of de nieren goed genezen zijn met behulp van een echografie van de nieren. Verder zal ook gekeken worden of er onderliggende risicofactoren zijn, die terugkerende nierinfecties kunnen veroorzaken.